![]() |
![]() |
|||
Opdrachtgever: Zeeuwse Bibliotheek
Project Poëzie op KennisNet
Postbus 8004
4330 EA Middelburg
tel: 0118-654317
fax: 0118-654001
e-mail: h.bruijnooge@zeeuwsebibliotheek.nl
Tekst: Jaap Clement
Gertie de Jonge
Herman Kakebeeke
Karel Leeftink
Anneke Schenk
Ina Tanahatoe
Wil van der Veur
Met medewerking van: Zeeuwse Bibliotheek / Marleen Bimmel, Jeanette Heijmans, Edwin Mijnsbergen, Hanneke Luxembourg.
Met dank aan:
Scholengemeenschap Scheldemond te Vlissingen / Nannette Kneepkens, Tere van Rooijen
Pontes scholengroep, locatie Het Goese Lyceum / Peter van de Korput
Redactie: Profcomm / Gertie de Jonge
Eindredactie en coördinatie: Zeeuwse Bibliotheek / Els Bostelaar, Hannie Bruijnooge
Vormgeving: Men@work internetdesign & grafische vormgeving
Technische realisatie: Zeeuwse Bibliotheek / Jeroen Gillissen, Enno Meijers
Ibuildings BV
Subsidie: De website is ontwikkeld in opdracht en met subsidie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In het kader van Cultuur@kennisnet.nl. Bij de realisatie is samengewerkt met het NBLC (Vereniging van Openbare Bibliotheken), Biblion/Uitgeverij en Kennisnet.
Auteursrechten: De teksten zijn voor zover mogelijk opgenomen met toestemming van de rechthebbenden; zo niet dan wordt de rechthebbende verzocht contact op te nemen met de Zeeuwse Bibliotheek, Postbus 8004, 4330 EA Middelburg om alsnog in een regeling te voorzien.
Biblion/Uitgeverij heeft gezorgd voor het afkopen van de auteursrechten in overleg met Stichting Lira, Cedar en Buma/Stemra.
© 2002
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Bronnen:
Aan de sonnetten door Jacques Perk. Uit De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten, Amsterdam: Sijthoff, 1985.
Aan eenen jongen visscher door Jacob Israël de Haan. Uit Het liefste gedicht, Amsterdam: Podium, 2001.
Aan Rika door Piet Paaltjens. Uit Snikken en grimlachjes, Amsterdam: Querido, 1994.
Abschied door Cees Nooteboom. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Afscheid door Adriaan Morriën. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Al draagt de aap een gouden ring door Jacob Cats. Uit Gedichten en spreuken van vader Cats, Utrecht: Bijleveld, 1941.
Alleen door Fetze Pijlman. Uit Voor het eerst, Haarlem: 'Holland', 1984.
Alleen thuis door Bernlef. Uit Hoe wit kijkt een eskimo, Amsterdam: Querido, 1970.
Als ik je aan zie komen door Hannie Michaelis. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Als niemand luistert door Jana Beranová. Uit: Geen hemel zo hoog, Bussum: Agathon, 1983.
Altijd door Luuk Gruwez. Uit Dieren en geliefden, Amsterdam: De Arbeiderspers, 2000.
Anton door Mustafa Stitou Uit: Varkensroze ansichten. Amsterdam: De Bezige Bij, 2006
Bommen door Paul Rodenko. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
Brief door Gerrit Kouwenaar. Uit En verder is hier alles prachtig, Utrecht: Kwadraat, 1993.
Briefjes door Daniël Billiët. Uit Alleen aan zee is de kust veilig, Mechelen: Bakermat, 1993.
Contramine door Diet Verschoor. Uit Mijn saxofoon speelt sex, Haarlem: 'Holland', 1991.
Dan las ik weer van ’t jonge lelijke eendje door Johan Andreas Dèr Mouw. Uit Volledig dichtwerk, Amsterdam: Van Oorschot, 1986.
Dans door Anna Blaman. Uit Mijn eigen zelf: schetsen en gedichten, Amsterdam: Meulenhoff, 1977.
De binnenring van Holland door Gerrit Komrij. Uit Hutten en paleizen, Amsterdam: De Bezige Bij, 2001.
De Blauwbilgorgel door Cees Buddingh. Uit Gedichten 1938-1970, Amsterdam: De Bezige Bij, 1971.
De blauwe bussen door Hans Andreus. Uit Muziek voor kijkdieren, Haarlem: 'Holland', 1986.
De conciërge door Abdelkader Benali. Uit Panacee: gedichten, Amsterdam:
De Arbeiderspers, 2006.
De dichter is een gedicht door Jotie ‘t Hooft. Uit De 100 beste gedichten van deze eeuw, Amsterdam: De Arbeiderspers, 1994.
De hand van mijn vader door Armand van Assche. Uit De zee is een orkest, Averbode: Altiora, 1978.
De huwelijkse staat door Hans Dorrestijn. Uit In lief en leed verbonden, Utrecht: Kwadraat, 1995.
De kleine zigeunerprinses door Hendrik de Vries. Uit Keur uit vroegere verzen, Amsterdam: Van Oorschot, 1962.
De krokodil door Roald Dahl. Uit Rotbeesten, Baarn: Fontein, 1985.
De laatste brief door Bertus Aafjes. Uit De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten, Amsterdam: Sijthoff, 1985.
De Leeuw door De Schoolmeester. Uit De gedichten van Den Schoolmeester, 's Gravenhage: Kruseman, 1979.
De liefde moe door Remco Campert. Uit Dichter, Amsterdam: De Bezige Bij, 1995.
De moerbeitoppen ruischten door Nicolaas Beets. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
De Pruimeboom door Hiëronymus van Alphen. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
De schooljuffouw door Simon Carmiggelt. Uit De gedichten, Amsterdam: De Arbeiderspers, 1974.
De tuinman en de dood door P.N. van Eyk. Uit Groot Verzenboek, Tielt: Lannoo, 1992.
De waterlelie door Frederik van Eeden. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
De zachte krachten door Hans Verhagen. Uit Autoriteit van de emotie, Amsterdam: De Bezige Bij, 1992.
Dodenmars door Clara Eggink. Uit De mooiste gedichten over verzet en bevrijding, Kampen: Kok, 1994.
Droomschuim door Gerrit Achterberg. Uit Alle gedichten, Amsterdam,: Athenaeum- Polak & Van Gennep, 2005.
Een kinderspiegel door Judith Herzberg. Uit Doen en laten, Amsterdam: Muntinga, 1994.
Een nieuw woord door Armand van Assche. Uit Haartjes op mijn arm, Averbode; Apeldoorn: Altiora, 1984.
Een pakje met de post door Willem Wilmink. Uit Kijken met je ogen dicht, Westbroek: Harlekijn, 1984.
Finis door Ida Gerhardt. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Foto door Remco Ekkers. Uit Haringen in de sneeuw, Den Haag: Leopold, 1984.
Ga nu maar liggen door Rutger Kopland. Uit Dichters van deze tijd, Gent: PoëzieCentrum, 1994.
Glas door Ted van Lieshout. Uit Jij bent mijn mooiste landschap, Amsterdam: Leopold, 2003.
Hebban olla vogala nestas anoniem.
Herdenking door A.C.W. Staring. Uit Ik heb de liefde lief, Amsterdam: Prometheus, 1993.
Herinnering aan Holland door H. Marsman. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
Het eens mijn geliefde schat door Louis Paul Boon. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Het fluitketeltje door Annie M.G. Schmidt. Uit Domweg gelukkig, in de Dapperstraat, Amsterdam: Bert Bakker, 1990.
Het huwelijk door Willem Elsschot. Uit Verzameld werk, Amsterdam: Querido, 1969.
Het lied der achttien doden door Jan Campert. Uit Verzamelde gedichten, Amsterdam: De Bezige Bij, 1947.
Holland door E.J.P. Potgieter. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
Ik schrijf door Jan Arends. Uit Verzameld werk, Amsterdam: De Bezige Bij, 1990.
Ik ben kwaad door Hedwig Smits. Uit Nou hoor je het eens van een ander, Amsterdam: Querido, 1981.
Ik denk door Bert Schierbeek. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Ik schreef je door T. Tellegen. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Ik schrijf je neer door Hugo Claus. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij: 1994.
Ik ween om bloemen in de knop gebroken door Willem Kloos. Uit De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten, Amsterdam: Sijthoff, 1985.
Interbellum door J.A. Deelder. Uit Renaissance, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Jaap door Jacqueline v.d. Waals. Uit Ik heb de liefde lief, Amsterdam: Prometheus, 1993.
Jan Engelman door Vera Janacopoulos. Uit Dichten over dichten: een ontwikkelingsgang, Amsterdam: Contact, 1994.
Je hebt het nu gezegd door Ankie Peypers. Uit Liefde in gedichten, ‘s- Gravenhage: Boekencentrum, 1991.
Kom, droom met mij door Thea Doelwijt. Uit denkend aan de dapperstraat, boekenweek cd, Amsterdam: stichting CPNB, 1994.
Kussen door P.C. Boutens. Uit Groot Verzenboek, Tielt: Lannoo, 1992.
Liefde door P.A. de Génestet. Uit De mooiste liefdesgedichten, Kampen: Kok, 1991.
Liefdesgedicht door K. Schippers. Uit Ooitgedicht, Amsterdam: Stichting voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek,1985.
Maar mamma heus door Bianca Stigter. Uit Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is, Amsterdam: Querido, 1990.
Melopee door Paul van Ostaijen. Uit Verzameld werk, Amsterdam: Bakker, 1979.
Mijn moeder is mijn naam vergeten door Neeltje Maria Min. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
Mijn vader door Nannie Kuiper. Uit Zo kan het ook, Amsterdam: Leopold, 1993.
Mont Ventoux door Jan Kal. Uit Domweg gelukkig, in de Dapperstraat, Amsterdam: Bert Bakker, 1990.
November door J.C. Bloem. Uit Domweg gelukkig, in de Dapperstraat, Amsterdam: Bert Bakker, 2000.
O 't ruisen van het ranke riet door Guido Gezelle. Uit Verzameld dichtwerk dl 1.: Dichtoefeningen/Kerkhofblommen, Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel,1980.
Om mijn oud woonhuis peppels staan door J. H. Leopold. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
Onbekende door Johanna Kruit. Uit Vannacht zijn we verdwenen, Mechelen: Bakermat, 1993.
Ontmoeting door Gerrit Krol. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Ook familie door J.C. van Schagen. Uit Wat dit blijfsel overbleef, Baarn: De Prom, 1991.
Op een eendagsvlieg door Kees Stip. Uit Mensen wat een beesten, Amsterdam: Bakker, 1982.
Op mijn kop door Theo Olthuys. Uit Kom maar dichter, Averbode; Apeldoorn: Altiora, 1990.
Oude Bos door J.C. van Schagen. Uit Wat dit blijfsel overbleef, Baarn: De Prom, 1985.
Pogrom door Ed Hoornik. Uit: Verzamelde gedichten, Amsterdam: Meulenhof,1972.
Schoonheid door D. Hillenius. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Som door Edward v.d. Vendel. Uit Aanhalingstekens, Amsterdam: Querido, 2000.
Spleen door Godfried Bomans. Uit Ik voel me wat bijzonder, Leuven: Infodok, 1986.
Steen door Eric van Os. Uit: Ik was zo'n steentje in jouw schoen, Amsterdam: Uitgeverij DiVers, 2001.
Sterven te Antwerpen door Maurice Gilliams. Uit Wat blijft, Amsterdam: Bakker, 1999.
Tas door Remco Ekkers. Uit Praten met een reiger, Den Haag: Leopold, 1986.
Thuis door Ted van Lieshout. Uit Jij bent mijn mooiste landschap, Amsterdam: Leopold, 2003.
Tijd door M. Vasalis. Uit Domweg gelukkig, in de Dapperstraat, Amsterdam: Bakker, 1990.
Ursa Minor I door Jean Pierre Rawie. Uit De mooiste liefdespoëzie, Haarlem: 'Holland', 1993.
Verliefd door Wiel Kusters. Uit Salamanders vangen, Amsterdam: Querido, 1985.
Verloofden door Pierre Kemp. Uit Groot Verzenboek, Tielt: Lannoo, 1992.
Vermist door Ted van Lieshout. Uit Jij bent mijn mooiste landschap, Amsterdam: Leopold, 2003.
Visser van Ma Yuan door Lucebert. Uit: Verzamelde gedichten, Amsterdam: De Bezige Bij, 1974.
(Vlissingen) door Wim Hofman. Uit: Zeeuws dicht, Vlissingen: ADZ Uitgeverij, 2002.
Voor jou door Hans Warren. Uit Verzamelde gedichten, Amsterdam: Bert Bakker, 2002.
Voor wie dit leest door Leo Vroman. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.
Voorstel door Alain Teister. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Waar werd oprechter trouw door Joost van den Vondel. Uit De mooiste liefdesgedichten, Kampen: Kok, 1991.
Waarschijnlijk heb ik niets met je te maken door Hans Andreus. Uit Wat blijft, Amsterdam: Bakker, 1999.
Walkman door Lidy Peters. Uit Kom maar dichter, Averbode; Apeldoorn: Altiora, 1990.
Want er zijn dingen die je niet kunt zeggen door Els Pelgrom. Uit Nou hoor je het eens van een ander, Amsterdam: Querido, 1981.
We schilderen een vogel door Jacques Prévert. Vertaald door Wim Hofman.Uit We schilderen een vogel, Amsterdam: Querido, 2001.
Weerzien door Anna Enquist. Uit In lief en leed verbonden, Utrecht: Kwadraat, 1995.
Weggaan door Anton Korteweg. Uit Tussen zon en maan, Tielt: Lannoo, 2002.
Weglopen door Johanna Kruit. Uit Vannacht zijn we verdwenen, Mechelen: Bakermat, 1993.
Woorden in de nacht door J.J. Slauerhoff. Uit Geen dag zonder liefde, Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.
Zo meen ik dat ook jij bent door Jan Hanlo. Uit Ik heb u lief, gij zult gelukkig zijn, Tielt: Lannoo, 1984.
Zwerversliefde door A. Roland Holst. Uit Gelezen worden ze ontelbare malen, Amsterdam: Sijthoff, 1986.

![]() |
![]() |