De huwelijkse staat
Je kan beter zwerver zijn met een beluisde baard.
Je kan beter een blok hout zijn brandend in de open haard.
Je kan beter wonen op een rieten dak bij watersnood.
Nog beter kun je zelfmoord plegen, in de moederschoot.
Beter word je uit de stad gejaagd, overdekt met smaad,
dan dat je 'ja' zegt tegen de verschrikking van de huwelijkse staat.

Je kan beter een relatie hebben met een bezem. Of een hark.
Je kan beter paartjes gaan begluren in het park.
Je kan beter nog verkering krijgen met een pad of schorpioen,
want dat zijn lieve diertjes, maar het huwelijk is geen doen.
Iedereen verandert in een stuifzwam. Of in een beest vol haat
zodra de liefde eindigt in de huwelijkse staat.

Wie voor een misdrijf levenslang achter de tralies gaat.
Wie in een gesticht zit met verschrikkelijk wit gelaat.
Wie in een loden kist gedumpt wordt in de oceaan
heeft op de bodem daar een draaglijker bestaan
dan wie gaat trouwen en zich afwendt van het celibaat.
Arme stakkerds, arme stakkerds in de huwelijkse staat.

Het harmonieuste huwelijk, het is een suffe hel
vergeleken bij de kwelling van het bestaan van vrijgezel.
Het is een kooi, een pot waarin de hardste plant verdort,
waarin de tamste herbivoor een sabeltijger wordt,
een isoleercel waarin je bent gekneveld met vlijmscherp ijzerdraad
dat romp en ledematen bloeden. In de huwelijkse staat.

Velen dromen van getrouwd zijn heel de tijd
maar het huwelijk is de ergste vorm van eenzaamheid.
Het is een astma-aanval zonder einde: altijd maar benauwd.
Er is zuurstof zat. Maar je krijgt geen lucht. Want je bent getrouwd.
Het is geen leven. En geen dood. Dus geef ik deze raad:
vermijd de kerk, het stadhuis en de huwelijkse staat.

Hans Dorrestijn