Droomschuim
Droomschuim was deze nacht
een gaaf gezicht en warme kleren.
Wij spraken veel en vlug,
omdat het niet kon duren.

Je was hertrouwd, hij zag
onze intimiteiten.
Hij sloeg zijn ogen neer
zonder verwijten.

Je sloeg op hem geen acht:
herroepelijk ontstonden
de oude plattegronden,
in vogelvlucht. In vogelvlucht.

Je zei: nu moet ik terug.
Je mantel en haar werden stug.
Toen ben ik wakker geschrokken:
op de scharnieren der eeuwigheid
draaide de tijd
dicht als een deur achter je rokken.

Gerrit Achterberg