Om mijn oud woonhuis peppels staan
Om mijn oud woonhuis peppels staan
- 'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
een smalle laan
van natte blaren, het vallen komt.
Het regent, het regent eender te hooren
- 'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
en altijd door en
den treuren uit, de wind verstomt.
Het huis is hol en vol duisternis
- 'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
gefluister is
boven op zolder, het dakgebint.
Er woont er een voorovergebogen
- 'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
met leede oogen
en die zijn vrede en rust niet vindt.
J.H. Leopold