De dichter
Bertus Aafjes (1914-1993) volgde zeven jaar een opleiding tot priester. In 1936 waren zijn twijfels over het priesterschap echter zo groot geworden, dat hij de studie opgaf. In hetzelfde jaar reisde hij per fiets naar Rome. Vanaf Bazel werd dat een voetreis, omdat hij geen geld had om zijn fiets de grens over te krijgen. Op zijn 22e verjaardag kwam hij aan in Rome. De terugreis ging via Italië, Zwitserland en Frankrijk en duurde veel langer dan de heenreis. Na in totaal 9 maanden was hij terug in Nederland.
Kort voor de oorlog trouwde hij met Tine Wesseling. Zij was kunstschilder.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Bertus Aafjes met vrouw en kinderen ondergedoken. Clandestien (bij de wet verboden) liet hij enkele dunne bundeltjes verschijnen, waaronder: In het Atrium der Vestalinnen en Een voetreis naar Rome. Vanaf 1940 wijdde hij zich geheel aan de literatuur.
'Een voetreis naar Rome' werd direct na de oorlog officieel uitgegeven en werd een groot succes. In een jaar werden er 30.000 exemplaren van verkocht.
Bertus Aafjes reisde veel en had veel succes met zijn journalistieke reisbeschrijvingen.
Zijn poëzie wordt gekenschetst als romantisch, virtuoos maar ook natuurlijk en eenvoudig.
In het werk van Aafjes staat de mens centraal. In zijn eerste werken zien we de zoekende mens, zoekend naar de plek van de godsdienst in zijn leven en zoekend naar de liefde. In 1993 overleed Bertus Aafjes.