De dichter

Ida Gerhardt werd in 1905 geboren in Gorcum. Zij studeerde klassieke talen en promoveerde in 1942.
De dichter J.H. Leopold was haar leraar klassieke talen op het Rotterdamse gymnasium en zij trad als het ware in zijn voetsporen: lerares klassieke talen en dichteres. De liefde voor de klassieken (Oudgriekse en Romeinse schrijvers) erfde zij van hem.
Ida Gerhardts gedichten zijn niet hemels, maar juist aards gericht. Haar vroege gedichten gaan over de Hollandse natuur, maar naarmate zij ouder wordt, richt zij zich meer op existentiële poëzie (gedichten over het bestaan). Het dagelijkse, maar dan zo gebracht dat het gewone heel bijzonder wordt. Haar gedichten zijn vaak symbolistisch van aard en zij verwees graag naar de klassieken en de bijbel. Ook de Ierse dichter Yeats is voor haar een groot voorbeeld geweest.
Haar gedichten zijn in dikke banden verzameld en in 1980 uitgegeven onder de titel: Verzamelde gedichten. Het gedicht Finis staat in Het levend monogram uit 1955.
Ida Gerhardt is in 1997 gestorven en heeft een omvangrijk, boeiend en belangwekkend oeuvre nagelaten.