Een keizer zonder rijk, de keizer der Vijftigers, was Lubertus Jacobus Swaanswijk, kortweg Lucebert. Hij was niet alleen de meest revolutionaire, maar ook de belangrijkste van deze groep dichters. Vandaar zijn bijnaam.
Op de middelbare school ontwikkelde hij zijn interesse in poëzie en haalde hij de hoogste cijfers voor tekenen. Na zijn middelbare schooltijd ging hij werken en kreeg hij een beurs om te studeren aan de kunstnijverheidsschool. Lang duurde dat niet, want hij besloot te gaan zwerven.
In 1949 debuteerde hij in Reflex (het tijdschrift voor experimentele schilders ( ca. 1948) waarvan maar twee nummers verschenen. Dit heeft echter grote invloed gehad) met het antikoloniale gedicht Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia en kwam hij met de Experimentele Groep Nederland in contact, een voorloper van Cobra, een kunstenaarsbeweging uit oorspronkelijk Kopenhagen, Brussel en Amsterdam.
Vanaf 1951 verscheen er met regelmaat een dichtbundel van Lucebert. Hij is vele malen bekroond, de eerste keer in 1953 met de Poëzieprijs van Amsterdam voor zijn bundel Apocrief.
Naast een gerespecteerde dichter was Lucebert ook een internationaal bekende kunstschilder. In de jaren zestig en zeventig kwam zelfs de nadruk te liggen op zijn schilderkunst. Bij dit werk stond hij onder invloed van de Cobrabeweging. In 1983 maakte hij in het Letterkundig Museum een grote wandschildering, waarin hij 36 literaire citaten verwerkte.
In 1994 stierf hij aan leukemie. Bij de samenstelling van zijn Verzamelde gedichten bleek zijn weduwe in het bezit van 25 nog ongepubliceerde gedichten die Lucebert na zijn laatste bundel nog had geschreven. Ze zijn toegevoegd aan de Verzamelde gedichten.