Bij veel mensen van zijn leeftijd heeft de Tweede Wereldoorlog diepe sporen achtergelaten. Maar waarschijnlijk bij geen enkele Nederlandse dichter heeft de oorlog zo’n uitwerking gehad als bij Ed Hoornik. (1910-1970)
Na een moeilijke jeugd ging hij naar Leiden om te studeren. Lang duurde dat niet, want in 1929 kon hij in Amsterdam aan de slag als journalist. Bovendien werd hij een van de toonaangevende figuren in het literaire leven van voor de Tweede Wereldoorlog. In die tijd gingen zijn gedichten vooral over sociale misstanden en politieke gebeurtenissen.
Hij werkte als journalist bij De Tijd en het Algemeen Handelsblad tot hij in de oorlog weigerde zich aan de censuur te onderwerpen.
In 1942 moest hij onderduiken voor de Duitsers, maar hij bleef betrokken bij het verzet. Datzelfde jaar werd hij opgepakt wegens illegale activiteiten. Van 1943 tot aan 1945 zat hij in de concentratiekampen Buchenwald en Dachau.
Deze kampperiode heeft op zijn werk van na die tijd een diepgaande invloed gehad: de angst om het bestaan van de mens is erdoor versterkt. Motieven van schuld en dood, vragen naar het bestaan van God komen in het werk van Ed Hoornik sterk naar voren.
Na de oorlog ging hij weer als journalist aan het werk, maar het duurde enige tijd voordat hij zijn draai als dichter weer gevonden had. Dat kwam ook door de opkomst van de Vijftigers, een jonge groep dichters die zich tegen de generatie van Ed Hoornik afzette.
In 1957 trouwde hij met de (jeugdboeken)schrijfster Mies Bouhuys.