Een beetje ingewikkeld is het wel. Een dichter noemt zich I.K. Bonset, wat een anagram zou zijn voor ik ben sot. In het begin weten maar een paar bekenden van de dichter, dat achter deze dichter de veelzijdige kunstenaar Theo van Doesburg schuilgaat. Die laat zich pas veel later ontvallen dat hij zichzelf I.K. Bonset noemt.
Maar ook de naam Theo van Doesburg blijkt op zichzelf weer min of meer een pseudoniem voor Christian Emil Marie Küpper (1883-1931). Onder die naam wordt hij geboren. Op latere leeftijd –in 1908- ruilt hij die naam in voor de achternaam van zijn stiefvader Van Doesburg.
Van Doesburg is bij het grote publiek vooral bekend als een van de medeoprichters van het tijdschrift De Stijl .
In 1920 besloot hij ook daarin aandacht te besteden aan literatuur. Niet lang daarna publiceerde De Stijl zonder enige inleiding gedichten van I.K. Bonset: in 1921 verscheen het gedicht Nacht.
De dichter I.K. Bonset werd aanvankelijk door Van Doesburg een in Wenen wonende dadaïst genoemd. Zoals hierboven vermeld, onthulde hij pas later dat hij zelf I.K. Bonset was; daarmee had hij zelf veel bekenden van hem voor de gek gehouden.
Naast oprichter van het tijdschrift De Stijl en dichter was Van Doesburg ook kunstschilder en architect. Zijn schilderijen staan sterk onder invloed van Piet Mondriaan . Daarnaast had hij ook contact met allerlei architecten uit zijn vriendenkring, zoals de architect J.J.P. Oud .
In 1931 stierf Van Doesburg in het Zwitserse Davos.