Wordt op 20 oktober 1974 in het Marokkaanse Tetouan geboren en verhuist als baby naar Lelystad. Hij studeert geschiedenis en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Wint in 1992 de El Hizjra Literatuurprijs en neemt deel aan diverse poëzieprojecten en activiteiten. In 1994 verschijnt zijn eerste dichtbundel Mijn Vormen. Hoewel hij dan nog heel jong is, wordt hij direct gebombardeerd tot de eerste Nederlandse dichter van Marokkaanse afkomst. Op zichzelf is dat niet belangrijk, maar kenners herkennen in hem al direct ook een ´echte dichter´. Binnen vier jaar verschijnen er nog twee bundels van zijn hand: Mijn Gedichten uit 1998 en in 2003 Varkensroze ansichten: gedichten. Voor deze bundel ontvangt hij in 2004 de VSB-poëzieprijs.
In zijn gedichten gebruikt Mustafa Stitou elementen van zijn Marokkaanse achtergrond. Maar daarnaast heeft hij ook oog voor zijn Nederlandse omgeving. En de gewoonten en gebruiken die hij om zich heen ziet.
Stitou vertelt hoe hij zijn gedichten maakt. Zo zegt hij: ‘Het conceptuele van mijn poëzie is dat ik situaties in scčne zet. Dat is een vrij spontane bezigheid. Dichten is voor mij een avontuur. Ik denk niet alles van tevoren uit. Ik breng gelijksoortige attributen op tafel en ga daarmee schuiven. Vervolgens kneed ik er een anekdote omheen die ik vertel alsof ik in de kroeg sta. Het windt mij bijvoorbeeld op om een gedicht te schrijven met de woorden 11 september, Arabier, goudblond godinnetje en NSB. Zo ontstond Anton, een conceptueel-anekdotisch gedicht. Al die woorden nemen hun diverse, beladen betekenissen mee en die plaats ik in een alledaagse setting.’
In de bundel Varkensroze ansichten, waarin het gedicht Anton staat, zet hij westerse en oosterse, noordelijke en zuidelijke opvattingen en gedachten tegenover elkaar.
Tegelijkertijd beschrijft hij het leven in een grote stad als Amsterdam met al zijn verleidingen en zaken als kip met patat, snelfiltermaling koffie en vershoudfolie, in gedichten die steeds langer, associatiever en vrijer van vorm worden.