De dichter
Zijn liefde voor Zeeland klinkt vaak door in zijn werk. In 1891 werd J.C. van Schagen er dan ook in Vlissingen geboren. Dat wil niet zeggen dat hij er zijn hele leven heeft gewoond. Hij studeerde rechten in Amsterdam en promoveerde er in 1920. Hij werkte bij de overheid in Den Haag, maar daar voelde hij zich niet gelukkig. Uiteindelijk gaat hij na een ziekteverlof in Rotterdam werken, waar hij zich wat beter op z'n plaats voelt.
Tussen al de zakelijke beslommeringen door, schrijft Van Schagen zijn proza en poëzie. Hij publiceerde vanaf 1921 in De Stem zijn halteroerselen (echt een woord dat bij Van Schagen past!). In 1922 schreef hij zijn belangrijkste dichterlijke prozawerk: Narrenwijsheid, waaraan hij een motto meegaf uit de Ethica van Spinoza (Benedictus de Spinoza is de grootste Nederlandse filosoof. Hij werd geboren op 24 november 1632 te Amsterdam en stierf op 21 februari 1677 te 's-Gravenhage). Zijn beginregels van Narrenwijsheid zijn hierop geïnspireerd:
Niets dat niet goddelijk is
daarom wil ik niets uitzonderen
ik geef geen namen
Ook was hij geïnspireerd door de Oosterse filosofie. Zelf karakteriseerde hij zijn literaire werk als één toon op één snaar. In al zijn werk, of het nu de levensbeschouwelijke verhaaltjes zijn, de prozagedichten of zijn poëzie, blijkt de intieme aandacht voor het detail, het vergankelijke en het vluchtige.
Zijn wereldbeeld was niet direct positief te noemen; het werd dan ook gekleurd door zijn nare ervaringen in en op zijn werk.