De dichter

Een vieze aestheet (iemand die gevoelig is voor de schoonheid van iets) werd hij genoemd door sommige geloofsgenoten. Jan Engelman (1900-1972) leidde een nogal losbandig leven en vond dat kunst niet afhankelijk mocht zijn van andere zaken. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Utrecht. Hij was toneelschrijver, essayist, journalist en schrijver van religieus en erotisch geïnspireerde poëzie van grote muzikaliteit.

Zijn huwelijk met Elizabeth Oosterman liep in 1930 uit op een scheiding van tafel en bed. Echtscheiding was in katholieke kringen onmogelijk.

In 1930 verscheen zijn poëziebundel Sine nomine, in 1933 Tuin van Eros, in 1937 Het verzegeld hart, in 1960 De verzamelde gedichten. Zijn laatste bundeltje verscheen in 1969 Het bittermeer.

Ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag verscheen er een bundel artikelen en werd er in het Centraal museum in Utrecht een kleine expositie ingericht. De titel van die bundel is afkomstig uit een vers van Roland Holst: Op gezang en vlees belust. Over leven, werk en stad van Jan Engelman.