De dichter

Haar moeder vond al vroeg dat ze talent had voor dichten. Nou hebben moeders het vaak bij het juiste eind; dat is ook zo in het geval van Annie M.G. Schmidt. Ze werd in 1911 in Kapelle (Zeeland) geboren.
Annie volgde een bibliotheekopleiding en werd later directrice van de bibliotheek in Vlissingen. Maar ze heeft ook lange tijd voor kranten gewerkt en veel teksten voor cabaret, musicals, blijspelen en radio- en televisieseries geschreven.
Zij vond zelf dat ze altijd 8 (jaar) gebleven is: ze kon zich dus heel goed indenken wat kinderen bezighield.
Haar eerste gedichtenbundel heet En wat dan nog (1950). Haar gedichten gaan over dingen waar volwassenen niet zo snel aan zouden denken: ze schreef volgens kenners het ongewoonste uit de Nederlandse poëzie!
De les die je uit haar versjes en liedjes kunt halen is vaak een omgekeerde wereld. Anarchisme voert de boventoon. Zij schrijft niet voor lieve kindertjes, maar wil de kinderen weerbaar en strijdbaar maken. Ze vindt dat je best anders mag zijn dan anderen. Dat is juist goed!
Ze schrijft zo dat je je een beetje een deelnemer aan een complot voelt: een soort samenzwering (tegen de gevestigde orde). Zij heeft altijd een soort wantrouwen gehad tegen rangen en standen.
Annie M.G. Schmidt schreef niet alleen gedichten, maar ze heeft ook (heel bijzondere) verhalen geschreven, zoals Pluk van de Petteflet, Abeltje, Jip en Janneke.
In 2000 (MM) is haar boekje Jip en Janneke vertaald in het Latijn: Jippus et Jannica.