De dichter

Zijn eerste hagedissen kreeg Dick Hillenius (1927) voor zijn zesde verjaardag. En daarmee legde hij waarschijnlijk de basis voor zijn loopbaan als bioloog. Na zijn HBS-opleiding wilde hij componist worden. Hij werd echter voor het conservatorium afgewezen en ging biologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 1954 studeerde hij er af en werd hij specialist op het gebied van amfibieën en reptielen. Hij promoveerde als conservator van het Zoölogisch Museum van Artis in 1959 op een proefschrift over de soortvorming en variatie bij kameleons.
Hillenius was medewerker aan het literair tijdschrift Tirade en publiceerde over zijn reizen in Avenue. Ook schreef hij in het tijdschrift Barbarber (tijdschrift voor teksten) . Lange tijd had hij een column (regelmatig verschijnende, ondertekende rubriek in een dag- of weekblad, met een eigen karakter) in Vrij Nederland. Hij schreef veel essays (persoonlijk gekleurde verhandeling over een wetenschappelijk of letterkundig onderwerp) die werden gebundeld in o.a. Tegen het vegetarisme (1961), Oefeningen voor het derde oog (1965) en Het romantisch mechaniek (1969). De hoofdgedachte daarin zou je kunnen omschrijven als gij zult niet wortelschieten. Veel van zijn gedichten stonden verspreid in deze essaybundels en werden in 1990 bijeengebracht in Verzamelde gedichten. Ook daarin vind je vaak zijn verzet tegen wetmatigheid. Of zoals de dichter J.C. Bloem zei: Elke verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering. In 1987 overleed Dick Hillenius.