Veel dichters zijn psychiater of classicus. Pieter Cornelis Boutens (1870 - 1943) was, evenals Gorter, Leopold en Gerhardt, een classicus.
Je zou P.C. Boutens als "Negentiger" kunnen omschrijven, als deze stroming zou bestaan, maar dat is niet zo. Wel kun je zeggen dat Boutens erg veel heeft gehad aan de Beweging van Tachtig die voor hem de weg heeft vrijgemaakt om te dichten zoals hij dat heeft gedaan. Boutens is beïnvloed door de Griekse filosoof Plato.
Boutens maakt bij het dichten veelvuldig gebruik van neologismen (nieuw woord of nieuwe uitdrukking; bestaand woord in een nieuwe betekenis). In 1898 verscheen zijn eerste dichtbundel Verzen. Dat de gedichten van P.C. Boutens niet eenvoudig zijn, blijkt ook uit de reacties van zijn tijdgenoten. Zij klaagden, dat ze te veel ziel en te weinig hart vonden in zijn gedichten. Natuurlijk werd zijn dichtkunst ook door zijn tijdgenoten gewaardeerd.
Boutens' meest bekende werk is wel de herdichting van Beatrijs, de middeleeuwse Marialegende. Hij voltooide die in 1908. Daar zijn ongeveer 50 herdrukken van geweest. Dit werk past in de literatuur van de
Symbolisten, vooral door zijn vaagheid. Kritiek op dit werk is er ook: door het ontbreken van het zondemotief is de tragische spanning, die zeer aanwezig is in het middeleeuwse werk, afwezig.
Boutens was ook een verdienstelijk vertaler. Hij vertaalde onder andere werken van Homerus. Daarnaast heeft hij grote invloed gehad op dichters als J.C. Bloem, A. Roland Holst en P.N. van Eyck.