Dichters hebben iets met psychiatrie of psychologie. Ook Frederik van Eeden (1860-1931) studeerde in Parijs de psychiatrie en begon een psychotherapeutische kliniek in Amsterdam (1878).
In zijn studententijd kwam hij met diverse Tachtigers.
in aanraking en was hij één van de oprichters van Flanor een letterkundig genootschap, dat als voorloper van het tijdschrift De Nieuwe Gids kan worden beschouwd.
In de eerste nummers van De Nieuwe Gids (vanaf 1885), publiceerde Van Eeden zijn (poëtische) prozawerk De kleine Johannes. In 1887 kwam dit symbolische sprookje in boekvorm uit en het werd een groot succes. Tot op heden wordt het boek gelezen en geprezen als een meesterwerk.
Frederik van Eeden hield ook wel van een grapje, want hij schreef een aantal vermakelijke parodieën (spottende nabootsing van iets of iemand ), onder het pseudoniem Cornelis Paradijs. Hij reageerde hiermee op de toen in zwang zijnde, volgens de Tachtigers wat suffige, poëzie.
Hij schreef ook de psychologische roman Van de koele meren des doods, die later werd bewerkt tot toneelstuk en ook is verfilmd. En natuurlijk heeft hij veel poëzie geschreven.
Van Eeden is heel bekend geworden door zijn streven naar een ideale, betere samenleving. Daartoe stichtte hij de kolonie Walden. De kolonie kwam echter in financiële moeilijkheden en ook intern waren er heel wat strubbelingen. Ze werd dan ook opgeheven.
Na nog andere vernieuwingspogingen op politiek gebied raakte Van Eeden gedesillusioneerd en trachtte in de rooms-katholieke kerk rust en vrede te vinden. In zijn laatste levensjaren werd hij psychisch ziek en als vakman wist hij dit zelf.
Je zou Frederik van Eeden één van de belangrijkste auteurs van zijn generatie kunnen noemen.