Erg op zichzelf en een teruggetrokken leven, dat past bij Jan Hendrik Leopold (1865-1925). Andere dichters als Nijhoff, Bloem en Roland Holst spraken in bewoordingen als Leopold is voor mij een legende. Hij werd zeer gewaardeerd, maar bleef voor de anderen op afstand.
Hij studeerde Klassieke Letteren in Leiden, waar hij ook promoveerde in 1892. Hij was van 1891 tot 1924 leraar aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam.
Leopold debuteerde in 1893 in De Nieuwe Gids het tijdschrift van De Tachtigers. De Beweging van Tachtig was toen al op haar retour, maar het tijdschrift zou nog blijven bestaan tot 1943.
Leopold voldeed zeker aan diverse eisen van De Tachtigers, zoals het schrijven van uiterst individuele poëzie. Maar, meer dan De Tachtigers, schreef Leopold ook vanuit een wereldbeschouwelijke achtergrond. Heel duidelijk is het tragische karakter van een gedwongen eenzaamheid in de poëzie van Leopold aanwezig.
J.H. Leopold schreef en publiceerde in 1915 een meer episch dan lyrisch gedicht: Cheops, dat wel zijn grootste schepping wordt genoemd.
Leopold is door zijn stijl en zijn verwijzingen naar het onzegbare, het kosmische, een typische vertegenwoordiger van het Symbolisme.
Hij werd zonder twijfel geïnspireerd door de wijsgeer Spinoza. Leopold vertaalde ook verzen van de Perzische dichter Omar Khayyám.