Het gedicht
Het gedicht bestaat uit drie delen: ’s morgens, ’s avonds en zondags. Maar eigenlijk valt het morgendeel samen met het avonddeel. De vader uit dit gedicht is duidelijk een man met twee gezichten. door de week is het een knorrige vader die nauwelijks aandacht heeft voor zijn dochter. Ze vraagt zich dan ook af of ze hem wel kent. In het weekend is hij een andere vader: hij heeft alle aandacht voor de ik-persoon. De ik-persoon voelt zich veilig en gelukkig. Ze weet dat ze de vader kent, ook al kent iemand anders hem misschien niet. Maar je kunt je afvragen of dat zo is, want eigenlijk is het een heel herkenbare vader: in de week gehaast en knorrig; in het weekeinde doet hij leuke dingen.