Het gedicht

De titel van het gedicht Bommen is zeer duidelijk. De eerste regel is nog te bevatten: De stad is stil. Is het avond of bedoelt de dichter: Stilte voor de storm? Maar wat moeten we met Kangeroes kijken door de venstergaten ? Natuurlijk hebben we hier met beeldspraak te maken. De mensen in huis worden voorgesteld als kangoeroes.
Het tweede vers begint net als het eerste met De stad is stil. Die stilte komt ook terug bij het vallen van de bommen. Verrassend is het hijsen van de rode vlag. Moet dat niet een witte vlag zijn?