Het gedicht

In Kemps gedichten is de verhouding tot de vrouw er één die gekenmerkt wordt door een mengeling van erotiek en afwijzing. In Verloofden zien we dat ook in zekere zin terug. Het is een bijzonder beeldend gedicht. Verliefdheid en liefde wordt beschreven als ware het een erotisch spel met de handen. Maar de ik-persoon is eerst wat huiverig, blijkens het Toch. En als er eigenlijk geen weg meer terug is vraagt de ik-persoon zich wel af of hij/zij er wel goed aan doet, maar geeft dan toe.