Het gedicht

Dodenmars telt 28 versregels verdeeld over drie verzen. De dichteres heeft voor een gepaard rijmschema gekozen: as – was – gaan - staan
Het gedicht is het persoonlijk relaas van de ik-persoon over een ramp die haar stad over komt. Het gaat ongetwijfeld over Rotterdam, dat in de Tweede Wereldoorlog platgebombardeerd werd. Het is de stad waar Clara Eggink zo van hield.
In het eerste vers loopt de ik-persoon door de straten en ze ziet hoe haar stad tot een bouwvaltop en een massagraf is geworden. Maar niet alleen de stad zelf is een puinhoop geworden. Ook de haven en schepen op de rivier zijn verwoest.
Dat deze ramp nog maar net achter de rug is, blijkt uit het feit dat de dood nog op de brug staat.
Maar de toekomst zal alles veranderen. De stad zal uit haar as herrijzen en weer in haar oude glorie voortbestaan.