Het gedicht
Wat moet je je hier nu bij voorstellen. Ik ben de blauwbilgorgel? Op zichzelf is dit gedicht natuurlijk een voorbeeld van een verrukkelijk spel met woorden. De meeste woorden bestaan niet, maar toch kun je je er wel iets bij voorstellen.
De blauwbilgorgel is een dier of mens en heeft in ieder geval een vader en een moeder. We weten uit het tweede vers wat hij graag eet en uit het derde vers blijkt dat hij van de zon houdt. In het vierde vers vertelt hij dat hij kan sterven en waaruit zijn ‘leven na de dood’ bestaat.