De titel verwijst naar een schilderij van de Chinese landschapsschilder Ma Yuan. Die leefde van 1155 tot 1235. Het gaat hier om het schilderij van een eenzame visser op een bevroren rivier.
Lucebert heeft zelf over dit gedicht gezegd, dat het heel eenvoudig en schijnbaar helder is. Maar in het algemeen zijn Luceberts gedichten moeilijk te doorgronden. Dat komt onder andere doordat bijna elk woord in de poëzie van Lucebert ‘iets zegt’. En zo lijkt het ook bij dit gedicht: schijnbaar helder.
De eerste versregel is al meteen opmerkelijk. De woordvolgorde is vreemd: gebruikelijker zou zijn onder wolken varen vogels. En natuurlijk is de inhoud ook een beetje eigenaardig: vogels varen. We noemen dat ook wel een paradox (een schijnbare tegenstelling). In de tweede regel vinden we nog een paradox: vliegen vissen.
De meeste gedichten van Lucebert bevatten paradoxen. Daarnaast zijn veel woorden en zinnen op meerdere manieren te duiden en maakt hij veel gebruik van woordspelingen; verder speelt hij heel veel met klanken. Bijvoorbeeld de tweede strofe. Elk woord bevat een o-klank.
Je kunt dus vaststellen dat Lucebert in dit gedicht ook veel gebruikgemaakt heeft van zijn vaste ‘gereedschap’.
Veel gedichten van Lucebert kenmerken zich bovendien door beweging: er gebeurt altijd wel iets. Dat is in Visser van Ma Yuan in minder mate zo. Golven en wolken bewegen en vloeien ineen. Maar uiteindelijk is er de rust van de visser. In dit gedicht is er dus meer sprake van verstilling, en dat past bij de rust van de visser.