Het gedicht
Als je een gedicht van Guido Gezelle leest, lees je een taal die begrijpelijk is. Maar het is soms toch net anders dan ons hedendaagse Nederlands. Gezelle schreef zijn gedichten namelijk in zijn moedertaal: het West-Vlaams. Soms gebruikt hij woorden die wij niet (meer) gebruiken; daarnaast gebruikt hij ook veel neologismen ( woorden die hij zelf maakt)
Ook in dit gedicht speelt Guido Gezelle met de klanken van woorden en weet die in verrassende ritmische patronen te verwerken. Maar hij was niet alleen een taalkunstenaar: hij gaf ook extra aandacht aan de inhoud.
Zijn gedichten worden vaak door twee onderwerpen bepaald: godsdienst en zijn grote liefde voor de natuur. Dat lees je ook in dit gedicht.
Zijn inspiratie ligt in dit gedicht in de eerste plaats in de natuur. En zoals zo vaak voert die natuur hem weer terug tot God, de schepper van al die schoonheid.