Het gedicht
Als je onder een gewoon gedicht verstaat een tekst met versregels die op elkaar rijmen en uit strofes bestaat, dan zijn de gedichten van I.K. Bonset overduidelijk geen gewone gedichten. Dat geldt ook voor Nacht .
Op zichzelf is dat niet vreemd, want vanaf 1920 schrijft Theo van Doesburg alleen dadaïstische gedichten onder het pseudoniem (schuilnaam) I.K. Bonset. Die wordt gepresenteerd als een dadaïstisch dichter die in het tijdschrift De Stijl publiceerde. Als je ervan uitgaat dat een dadaïstisch dichter het woord los van zijn betekenis probeert te gebruiken, dan laat dat zich moeilijk rijmen met het gedicht Nacht , want hij wekt in ieder geval de indruk niet zomaar een nacht te willen beschrijven: verschillende malen wijst hij daar duidelijk op met Zoo’n nacht is dit. Het gedicht lijkt eerder expressionistisch dandadaïstisch. Er wordt niet zozeer een indruk van iets beschreven, maar meer een gevoel uitgedrukt met behulp van allerlei beelden. Die beelden zijn er in dit gedicht vrij veel.
De opening van het gedicht zet wat dat betreft al flink de toon. In drie rake beelden beschrijft de dichter in de eerste kolom ‘zijn’ nacht. Daarbij doet de opening van het gedicht denken aan een in de middeleeuwen veelvuldig gebruikt stijlmiddel, dat van de Natureingang .
Centraal in het gedicht staat het Hoort! Hoort! Voor deze woorden lijkt het gedicht nog enigszins op een traditioneel gedicht met verzen, maar daarna komt de vaart erin: een opeenvolging van losse woorden -een reeks antithesen (tegenstellingen): wit – zwart, komen – vergaan, groot - klein, dag – nacht.
In de derde kolom komt het gedicht weer enigszins tot bedaren. De verzen worden weer langer en de dichter trekt nog een keer zijn register van beeldspraken open. Waarmee de dichter onder andere de stilte van de nacht wenst uit te drukken. In het slot ‘tekent’ hij op zintuiglijke wijze de contouren van de nacht:
De aarde bromt.
De hemel zingt.
De aarde zwart.
De hemel wit.
De mensch in grauw
Duidelijk is dat zintuigen belangrijk zijn in het gedicht: kleur (zicht) en geluid (gehoor) - of juist het ontbreken ervan – , vormen naast de opmerkelijke vormgeving een belangrijk bestanddeel van het gedicht. Daarmee lijkt de veronderstelling dat we met een expressionistisch gedicht te maken hebben alleen maar verder onderstreept.