Het gedicht
Het gedicht Een kinderspiegel is een gedicht dat tussen aanhalingstekens staat. Wie is hier aan het woord? Het meisje voor de spiegel of het spiegelbeeld? Het gedicht is in ieder geval in de ik-vorm geschreven, dus vanuit het kind (of haar spiegelbeeld).
Het hele gedicht heeft een bezwerende toon, gericht tegen het ouder worden, het verval, de lelijkheid, zowel uiterlijk als innerlijk (liegen en bedriegen). De gedachte aan het sprookje van Sneeuwwitje en de boze stiefmoeder dringt zich op (spiegeltje, spiegeltje aan de wand...).
De bezwering komt vooral tot uitdrukking in de eerste twee regels van het tweede vers en de laatste twee regels van het gedicht, die afdwingen dat alles altijd goed en mooi blijft en dat dit nooit en te nimmer voorbijgaat.
Het gedicht heeft een vrije versvorm (gedicht dat aan geen enkel van tevoren vastgelegde eis gebonden is). Het vrije vers lijkt makkelijker doordat de dichter niet beperkt is in zijn mogelijkheden. Dichters van het vrije vers zoeken hun houvast in andere zaken dan rijm, vaste versvorm, enzovoorts. Judith Herzberg doet dat in Een kinderspiegel door onder andere gebruik te maken van herhalingen, assonantie (klinkerrijm), opsommingen, enzovoorts. De herhaling zorgt voor iets bezwerends.