Het gedicht
Oude bos is een gedicht uit de bundel Wat dit blijfsel overbleef. Het is een zogenaamd parlandogedicht (eigenlijk een soort verhaaltje). Het gedicht is in de vrije versvorm geschreven.
De vorm waarin het geschreven is, de afwisseling van korte en langere regels, de zorgvuldige en poëtische woordkeus, de toon (lees het gedicht maar eens hardop) maken de tekst tot een gedicht.
Wel komen we hier en daar klinkerrijm (assonantie) en medeklinkerrijm (alliteratie) tegen. B.v.: bos, donker, vochtig, wonen, vogels en lisblad, lispelt, wimpelen en kikker, kwaakt, wind, waait...
Het gedicht is geschreven vanuit een pantheïstische levensvisie (wijsgerig stelsel dat aan de dingen van de natuur goddelijke eigenschappen toekent). Het oude bos wordt als persoon voorgesteld (personificatie): een goede vader of moeder of misschien wel god. Het oude bos vindt alles goed, vergeeft alles en is zonder oordeel. De bosvijver wordt als een soort oersoep beschreven, waarin alle leven ontstaat. Je zou kunnen denken dat Van Schagen meer om de natuur geeft dan om mensen die alles maar verstoren. De aarde (het bos met de vogels) blijven altijd. De mens is er maar even.