Het gedicht
In Melopee speelt Paul van Ostaijen een muzikaal spel: hij zet woorden bij elkaar omdat ze dezelfde klanken hebben; hij wisselt korte met lange versregels af; hij vertraagt en versnelt met hier en daar een accent.
De melodie van een versregel werkt mee aan de zeggingskracht van een gedicht. Die melodie wordt bepaald door klanken: herhaling van (mede)klinkers en afwisseling van korte en lange klinkers, lengte van woorden, lengte van de versregel en klemtoon. Dat kun je in dit gedicht heel goed zien.
Melopee komt uit zijn verzameling Nagelaten gedichten die hij de titel Eerste boek van Schmoll (= studieboek voor beginnende pianisten) had willen geven.