Het gedicht
In het gedicht Brief maakt Kouwenaar duidelijk, dat elk woord op zich genoeg is, maar ook gedoemd.
Woorden worden op een schaaltje gewogen alvorens ze te gebruiken. Ze zijn genoeg omdat over de keuze van het woord diep en lang nagedacht is, er is geen beter alternatief voorhanden.
De woorden drukken echter nooit precies uit, wat je wilt zeggen. Met ik som je op, ik rond je af, probeert de dichter bijvoorbeeld ongeveer duidelijk te maken wat hij voelt. Hij weet zelf wel, dat hij niet verder komt. Hij zegt niet voor niets: het is waar als niets.
Toch doet hij nog een poging. Hij blijkt niet genoeg te hebben aan de brief, het gedicht zelf. Hij heeft een p.s. nodig, een aanvulling, een extra verklaring. Daarin blijkt hij wel dat te kunnen uitdrukken, waarin hij daarvoor niet slaagde. Het gedicht wordt regelmatiger alsof hij plotsklaps de woorden vindt, weet welke te gebruiken. Toch blijft het een blik rond de hoek van het kijken.