De gedichten van K. Schippers zijn sterk verbonden met de beeldende kunst en met muziek uit de jaren 50 en 60 (bijvoorbeeld John Cage). Die gaan zelf voor een groot deel terug op ideeën van DADA. Alle kenmerken vinden we in de jaren vijftig en zestig terug in Pop Art en Nieuw Realisme (stroming in de jaren zestig van de vorige eeuw die stelt dat ook de werkelijkheid kunst is).
Echte readymades (tekst of voorwerp uit de werkelijkheid die tot kunst wordt verheven) bij Schippers komen voor in 128 vel schrijfpapier (1967) en in Een klok en profil (1965).
Door middel van zijn prikkelende en ontregelende gedichten wil Schippers ons wijzen op de manier waarop wij kijken naar de wereld om ons heen. Een manier van kijken die door gewenning en vooroordelen over nut en functie is verblind. Waar je bent, is wat, merkt de peuter uit Eerste indrukken op. Dat mag je de geloofsbelijdenis van het werk van Schippers noemen. Maar het omgekeerde is ook spannend: als ik er niet ben, is er dan nog wel wat?
Luchtig en speels tracht Schippers met de onbevangenheid van een kind om zich heen te kijken.