Het gedicht
Want er zijn dingen die kun je niet zeggen, zegt Els Pelgrom in dit gedicht. Wat en waarom je iets niet kunt zeggen, blijft onbekend.
Als we de eerste twee verzen bekijken, blijkt de ik-persoon iemand te zijn die twee gezichten heeft. Ze laat de buitenwereld haar gevoelens niet zien: als ze vrolijk is, loopt ze te grommen en als ze verdrietig is, loopt ze te lachen. Je zou mogen zeggen dat ze zich pantsert tegen de buitenwereld.
En wil dat niet meer helpen, dan kruipt ze weg. Want er zijn dingen die kun je niet zeggen.