Het gedicht

Dit gedicht is geënt op een sprookje van Hans Christiaan Andersen, de negentiende-eeuwse Deense sprookjesverteller. Als je het de eerste keer leest, krijg je het gevoel dat de dichter zichzelf moet troosten. Hij herleest het sprookje van Andersen, als hij zich verdrietig, alleen en miskend voelt. Na het lezen voelt hij zich als herboren. Dat is (ook) wat een gedicht met je kan doen. Het schrijven - maar ook het lezen ervan - kan je opbeuren, weer blij maken. Je weer in jezelf laten geloven.
Na een heel moeilijk en ongelukkig begin wordt het lelijke jonge eendje zich bewust van het feit, dat het eigenlijk een mooie jonge zwaan is. De boodschap luidt dan ook: als anderen je willen laten geloven, dat je niets voorstelt en je verguizen of bespotten, ontdek dan je eigen kracht en schoonheid, je eigen kunnen.