Het gedicht

Bert Schierbeek schreef over het dichten: de realiteit ontrafelen, de rafels weer aan elkaar zetten zodat de scheuren zichtbaar blijven dichten dus.
Deze definitie van dichten lijkt wel zeer van toepassing op het gedicht Ik denk. Een gedicht over een groot verdriet, over het wegvallen van een geliefde. Over het voortdurend eraan moeten denken, tegelijkertijd wetend dat denken niet helpt. De geliefde is dood, ze zal nooit meer nat worden van de regen, nooit meer kou vatten.
Wat Schierbeek hier beschrijft kan door iedereen ervaren worden die een geliefde door de dood heeft verloren. Voor hem is het de neerslag van een persoonlijke ervaring: de dood van zijn vrouw door een auto-ongeluk. Enkele jaren na die gebeurtenis verscheen de dichtbundel De deur waarin de dichter stamelend uiting geeft aan zijn verwondering dat het leven gewoon doorgaat.