Het gedicht

Potgieter heeft een aantal malen in het buitenland vertoefd. Tijdens zijn verblijf in Zweden in 1832 schreef hij Holland. Veel Nederlandse schrijvers keren hun land de rug toe, maar vaak schrijven ze ook over dat vaderland, bijvoorbeeld Hendrik Marsman.
Potgieter maakte een gedicht van vier verzen in kwatrijnen (verzen van vier regels). Elk vers rijmt volgens een typisch rijmschema (a-b-a-a).
In het eerste vers geeft de dichter een beschrijving van uiterlijkheden van ons land. Daar koppelt hij in vers 2 een aantal volkseigenschappen aan.
In vers 3 vertelt de dichter dat hij graag wenst dat het land blijft zoals het was: een wijkplaats voor de verdrukten. In vers 4 blaast hij nogmaals de loftrompet over wat hij noemt het vrijste en gezegendste land op aard.