Mijn vader
Als hij 's morgens zo haastig de deur uitgaat,
zijn mond nog vol brood, en altijd te laat,
één schoen zonder veter, zijn jas met een vlek,
de blauwwitte sjaal van mijn zus om zijn nek,
de hond voor hem uit en de poes aan zijn broek,
en zijn hand die nog zwaait tot het huis op de
hoek...

dan denk ik:
ja, dat is mijn vader, die je daar ziet,
maar ken ik hem nou, of ken ik hem niet?

Als hij 's avonds wat bleekjes het huis insloft,
doodmoe van het werken zijn stoel inploft,
wat leest in de krant, en dan boos is omdat
de poes weer eens achter de vogels aanzat,
en mij op mijn kop geeft, omdat ik niet eet,
omdat ik steeds vaker mijn huiswerk vergeet...

dan denk ik:
ja, dat is mijn vader, die je daar ziet,
maar ken ik hem nou, of ken ik hem niet?

Als hij zondags met mij naar de bossen gaat
en over de planten en dieren praat,
zijn hand op mijn schouder, wij samen alleen,
al slenterend zonder te weten waarheen,
dan is het zo veilig, zo mooi en zo stil,
dan kan ik hem vragen wat ik maar wil...

dan weet ik:
ja, dat is mijn vader, die je daar ziet,
ik ken hem zo goed, ook al ken jij hem niet!

Nannie Kuiper