introductie opdracht
1) Dit gedicht heeft de vorm van
a) het strand
b) een golf
c) helemaal niets
d) de duinen
2) Waar gaat dit gedicht over?
e) het Nollestrand
f) de zee
g) Vlissingen
h) natuur
3) water dat afgaat zonder te waarschuwen Deze stijlfiguur noemen we
a) beeldspraak (het uiten van een gedachte of begrip door middel van beelden)
b) alliteratie (beginrijm: zeven zwarte zwanen)
c) personificatie (voorstelling van een dier, zaak of een begrip als persoon)
d) paradox (schijnbare tegenstelling)
4) een zwarte steen zwaar als een moe hoofd is beeldspraak. Om welke vorm van beeldspraak gaat het hier?
a) personificatie (voorstelling van een dier, zaak of een begrip als persoon)
b) metonymia (stijlfiguur waarbij het bedoelde iets anders genoemd wordt, op grond van een bepaalde betrekking die tussen beide bestaat, bijvoorbeeld. deel –geheel)
c) metafoor (stijlfiguur waarbij een begrip vervangen wordt door een beeld)
d) vergelijking
5) Het gedicht bevat twee strofen verbonden door of. Welk verband is er tussen de twee strofen?
a) tegenstelling
b) oorzaak en gevolg
c) deel - geheel
d) stelling - verklaring
(Vlissingen)
(Vlissingen)
(opent in nieuw scherm)