open opdracht1) We noemen dit soort gedichten ook wel een figuurgedicht. Leg uit waarom dat in dit geval zo is.
2) Welke vraag stelt de dichter zich in zijn gedicht?
3) Wat blijkt uiteindelijk het antwoord te zijn?
4) Boven het gedicht staat (Vlissingen). Waarom staat het volgens jou tussen twee haken?
5) Is volgens jou Vlissingen de titel van het gedicht? Waarom denk je dat?
6) Wat is volgens jou de rol van Nollestrand in dit gedicht?
7) In het hele gedicht heeft de dichter geen enkel leesteken geplaatst. Leg uit waarom hij dat volgens jou heeft gedaan.
8) Plaats nu in de eerste en twee strofe daar waar nodig een leesteken.
9) Wat is volgens jou het effect hiervan?
10) In dit gedicht gebruikt de dichter heel veel beeldspraak. Maak er een lijstje van.
11) Zet erachter met welke soort beeldspraak we te maken hebben.
12) Leg uit waarom de dichter volgens jou zoveel beeldspraak gebruikt.
13) Leg uit met welk gevoel de dichter volgens jou over zijn onderwerp schrijft.
14) Wat vind je daarvan?