Introductieopdracht
1) De dichter gebruikt bijna geen leestekens. Toch zouden ze hier en daar wel kunnen staan. Welk leesteken hoort eigenlijk achter
Het is waar
(strofe 1)?
een dubbele punt
puntkomma
punt
2) De dichter geeft achtereenvolgens een steen en een mes aan de lezer. Dit zijn geen echte voorwerpen, maar staan voor iets anders. Hoe heten zulke voorstellingen, die naar iets anders verwijzen?
versvoeten
symbolen
interpunctie
3) Wie heeft
Een tong zonder taal
?
ik
een dier
niets
4) De brief is
bij gebrek aan goden in aarde geschreven
. Wat bedoelt hij hiermee, denk je?
dat hij zich slechts als mens uitdrukken kan
dat hij schrijfmaterialen gebruikt, die de aarde voortbrengt
dat hij niet gelovig is
dat hij het niet mooier kan maken dan het is
5) Hoe kun je
zien
, dat het een brief is?
aan de ondertekening
aan het p.s.
aan de titel
Brief
Het is waar
ik geef je een steen en een kus
ik geef je een mes en een hand
ik geef je maar geef je
geen naam
dit is een ware brief van liefde
bij gebrek aan goden in aarde geschreven
ieder woord is gedoemd
maar voldoende
ik noem je alles
maar naamloos
ik som je op als bloemen
als een lichaam in water
ik: een dier
een tong zonder taal
rond je af in een hoekige avond
het is waar als niets
wij gaan dood en wij leven.
(p.s)
Zo ben je een oorsprong een verte
alleen mijn huis had een naam
zo brandt de geboorte langzaam
af tot de grond de waarheid
zo geef ik je doodstille paarden
hinnikend binnen hun ribben
de gestroopte huid van de adem
een blik rond de hoek van het kijken
Gerrit Kouwenaar