Introductieopdracht
1) Hoeveel zinnen tel jij in het gedicht?
geen
een
twee
vier
2) Wie vertelt er in het gedicht?
jij
de dichter
een buitenstaander
dat is niet duidelijk
3) Welke twee woorden zijn het meest typerend voor de inhoud?
jij en dingen
jij en nodig
dingen en nodig
zien en gezien
Liefdesgedicht
Jij hebt de dingen niet nodig
om te kunnen zien
De dingen hebben jou nodig
om gezien te kunnen worden
K. Schippers