| 1) Vind je dat dit gedicht eruitziet als dit gedicht? Illustreer je antwoord eens met voorbeelden. |
| | |
| |
| 2) Je kan dit gedicht ook een aforisme (korte, pittige spreuk) noemen. Wat bedoelen we daarmee? |
| | |
| |
| 3) Is dit gedicht een readymade (tekst of voorwerp uit de werkelijkheid die of dat zonder bewerking tot kunst wordt verheven)? Illustreer je antwoord met voorbeelden. |
| | |
| |
| 4) Wat valt je op aan de interpunctie? (plaatsing van leestekens) Wat is volgens jou de functie ervan? |
| | |
| |
| 5) Welke opvattingen van Schippers over waarnemen vind je in dit gedicht terug? |
| | |
| |
| 6) Het gedicht bestaat eigenlijk uit twee tegengestelde formuleringen. Maak zelf ook eens paar van zulke formuleringen. |
| | |
| |