![]() |
![]() |
|||
1) Als je de eerste en laatste zin van het gedicht onthoudt en de rest in de prullenbak doet, houd je het volgende over:
Iemand heel ver hier vandaan
heeft aan mij gedacht
Wie had dat gedacht?
Maak nu een gedicht van acht regels. Je mag het gedicht schrijven zoals jij dat wilt, maar je moet je aan twee regels houden:
1) het gedicht moet rijmen.
2) de overgebleven versregels moet in het gedicht voorkomen.
Als je alle vragen beantwoord hebt, schrijf je met de antwoorden zelf een rijmend gedicht (1 en 2 moeten ze daarin verwerken).
2) Stel je bent jarig…. Iemand heel ver hiervandaan (wie is die iemand?) heeft aan jou gedacht. Wat heeft ie gedacht? Vindt ie je aardig? En waarom dan wel? Hij/zij wil je iets geven. Hij kent je goed dus weet wat je graag zou hebben. Wat is dat? Hij/zij stuurt het op. Ben je verrast / blij / ga je uit je dak? Wie had dat gedacht is dan maar een slappe uitdrukking voor hoe je je voelt! Vat dat eens in een woord krachtig samen.

![]() |
![]() |