| 1) Sommige mensen krijgen een brok in hun keel als ze Het Wilhelmus (ons volkslied) horen, vooral in het buitenland. Krijg jij dat ook bij dit gedicht of denk jij op een andere manier over Holland? a) ja, want
|
| | |
| |
| b) nee, want ik denk op een andere manier over Holland. Ik vind namelijk, dat
|
| | |
| |
| 2) Wat voor een beeld geeft Marsman volgens jou van Nederland? |
| | |
| |
| 3) Welk gevoel krijg je als je het gedicht hardop leest? |
| | |
| |
| 4) Heeft Marsman dit gedicht volgens jou in Holland geschreven? Illustreer dit met behulp van tekstgegevens. |
| | |
| |
| 5) Het gedicht bestaat uit drie delen. Geef de grenzen van de de verschillende delen aan. |
| | |
| |
| 6) Op welke wijze heeft Hendrik Marsman het einde van een gedeelte aangegeven? Vind je dat een duidelijke manier? |
| | |
| |
| 7) Wat bedoelt de dichter volgens jou met zie ik brede rivieren / traag door oneindig / laagland gaan? |
| | |
| |
| 8) Wat moeten volgens jou geknotte torens voorstellen? |
| | |
| |
| 9) In en de zon wordt er langzaam / in grijze veelkleurige / dampen gesmoord, zit een paradox (schijnbare tegenstelling: iets lijkt tegengesteld, maar is het niet). Geef de paradox aan en leg uit wat er volgens jou mee bedoeld wordt. |
| | |
| |