Introductieopdracht
1) Hoe moet je volgens jou vers 2 tot en met 4 lezen?
iets valt plotseling / ik kijk gespannen
iets valt / plotseling kijk ik gespannen
iets valt plotseling / plotseling kijk ik gespannen
2) In vers 7 tot en met 10 vind je een ontwikkeling van
evenwicht naar onevenwichtig
groot naar klein
hoog naar laag
hangen naar staan
3) Wat heeft het meeste evenwicht in dit gedicht?
de ik-persoon
de kop op tafel
het schilderij aan de muur
de toestand in de wereld
Alleen thuis
en in de keuken
iets valt
plotseling
kijk ik gespannen
naar het evenwicht
om mij heen
de kop op tafel
het schilderij aan de muur
en op de televisie
de toestand in de wereld
Bernlef