| 1) Wat verwacht je van een gedicht met de titel Alleen thuis? |
| | |
| |
| 2) Is het volgens jou ook de bedoeling van de schrijver om over Alleen thuis te schrijven? |
| | |
| |
| 3) Vers 1 tot en met 3 lijken verbrokkeld; vers 4 –6 zijn daarna gelijkmatig. Heeft dat volgens jou te maken met de inhoud van de verzen? |
| | |
| |
| 4) Ben je ook wel eens gespannen als je alleen thuis bent? Hoe gedraag jij je dan? |
| | |
| |
| 5) Kun je in dit gedicht spreken van de wereld binnen (in huis) en de wereld buiten? Laat dat eens zien met behulp van gegevens uit het gedicht. |
| | |
| |
| 6) De ik-persoon in dit gedicht kijkt gespannen als er iets valt. Waarom zal hij gespannen zijn? Was hij al gespannen voordat er iets viel? |
| | |
| |
| 7) Wie of wat wordt er volgens jou bedoeld met de kop op tafel? |
| | |
| |