Introductieopdracht
1) Dit gedicht gaat over een
verloren liefde
afscheid
liefde
dood
2) Waaraan kun je zien dat die laatste zin echt bij het gedicht hoort?
hij is net zo lang als de vorige regel
aan de rijmwoorden
aan de hoofdletter
aan het aantal woorden.
3) Het gedicht heeft een lang en een heel kort vers. Ze bestaan elk uit:
zes regels
een zin
twee zinnen
zes zinnen.
4) Eigenlijk is het hele gedicht een vergelijking. Welke twee dingen worden er met elkaar vergeleken:
een droge plek die langzaam nat wordt met iemand die weggaat
een droge plek met de rest van de straat.
een natte plek met iemand die weggaat
een auto met de regen
5) De witregel tussen het eerste en tweede vers geeft aan:
dat de laatste regel er aankomt
dat er een conclusie volgt
dat er iets gaat veranderen in het gedicht
dat er een nieuwe vergelijking komt
Weggaan
Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.
Dat is wat blijft als je weggaat.
Anton Korteweg