![]() |
![]() |
|||
Eerst een voorbeeld, dan de opdracht.
Je heet Kees en bij de burgerlijke stand sta je ingeschreven als Cornelis. Je vrienden noemen je Keessie. Omdat je nogal eigenwijs bent word je soms ook professor genoemd. Je vriendinnetje zegt wel eens liefje tegen je en je opa heeft het over Knelis en op de voetbalclub roepen ze Kromme omdat je manier van voetballen een beetje op die van Van Hanegem lijkt.
Maak een lijstje van jouw namen en bijnamen. Verwerk de namen in een verhaal of een gedicht, maar wel zo dat duidelijk wordt in welke situatie ze gebruikt worden.

![]() |
![]() |