Introductieopdracht
1) Wie is er volgens jou in het gedicht aan het woord?
een onbekend meisje
een onbekende jongen
een moeder
een ik-persoon
2) De vorm van dit gedicht lijkt op een
sonnet (gedicht van veertien regels)
verhaal
scenario (schema en beschrijving van de scènes van een film, toneelstuk of opera)
krantenartikel
3) Wordt de ik-persoon door de moeder geloofd?
ja
nee, want er komt snot in haar neus
nee, want de moeder schudt haar hoofd
nee, want de ik-persoon zegt:
ach laat ook maar
4) Wat past volgens jou bij
er komt snot in je neus
in dit gedicht?
verkoudheid
opkomende woede
vreugde
opgewondenheid
5) Rijmt dit gedicht?
nee
ja, beide tekstgedeelten rijmen
ja, maar alleen de linkerkant van het gedicht
ja, maar alleen de rechterkant van het gedicht
Maar mama heus
Ik deed alleen maar (je ogen gaan wijd open)
en toen (er komt snot in je neus)
en toen (je haalt op)
het is niet waar (je schudt je hoofd)
maar zij doen altijd (je balt je vuisten)
ach laat ook maar (je draait je om en loopt weg)
Bianca Stigter