5 maart 1941

Als hij mij een hand geeft,

Als ik je aan zie komen

Als niemand

Ben jij het die dit leest? Heb je net

De dichter is een gedicht, 24 uur per dag

De liefde kent de tijd te goed,

De stad is stil

De stenen engel aan de Cathedraal

De wereld scheen vol lichtere geluiden

Denkend aan Holland

Denkend aan Holland

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,

Die ik het meest heb liefgehad, -

Een leeuw is eigentlijk iemand,

Een middelgrote liefde

Een Perzisch Edelman:

Eerst schilderen we een kooi

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,

het eens mijn geliefde schat

Het is waar

Hij is de gevaarlijkste en de

Ik ben de kleine zigeunerprinses

Ik droomde, dat ik langzaam leefde

Ik heb de witte water-lelie lief,

Ik omvat met bei mijn armen de tere ronding

Ik waag mij haast niet in die straat

Ik ween om bloemen in de knop gebroken

Ik zit mij voor het vensterglas

in een niet nader aangeduid seizoen

Is dat de maan, die naar het laatst kwartier gaat,

Je hebt het nu gezegd

Je kan beter zwerver zijn met een beluisde baard

Jij hebt de dingen niet nodig

Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,

Links een tenger en goudblond godinnetje,

mijn moeder is mijn naam vergeten,

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,

Niet voor een ander,

onder wolken vogels varen

Opnieuw moesten wij, noodlot,

Roode lippen, blanke leden

schoonheid is een reden tot treurnis

Slechts éénmaal heb ik u gezien

Toen hij bespeurde hoe de nevel van den tijd

Waar werd oprechter trouw

Waarschijnlijk heb ik niets met je te maken

Wat ziet gij, liefste, mij aan?

Zij heette juffrouw Vis en had geen man

zoals de koelte 's nachts langs lelies

Zul je voorzichtig zijn?

Nacht (opent in een nieuw scherm)